Hoe wordt een lichtmast fundatie berekend?

Een lichtmastfundatie wordt berekend op de krachten die op de mast werken: het eigen gewicht, de windbelasting en het moment dat daardoor onderaan de mast ontstaat. Daarnaast spelen de grondsoort en de masthoogte een rol. Hieronder lees je welke fundatietypes er zijn en waar de berekening rekening mee houdt.

Twee soorten fundatie

Voor lichtmasten worden meestal twee types gebruikt:

  • Insteekfundatie: de mast wordt in een fundatiebuis in de grond geplaatst
  • Betonfundatie: een betonblok met ankers waarop de mast wordt gemonteerd

Welke krachten worden berekend?

De fundatie moet voorkomen dat de mast kantelt of verzakt. De berekening kijkt vooral naar het kantelmoment dat de windbelasting veroorzaakt: hoe hoger de mast en hoe meer armaturen, hoe groter dat moment.

De fundatie moet dat moment opvangen via haar gewicht, afmeting en de weerstand van de grond.

De rol van de grondsoort

Een stevige zandgrond draagt beter dan een slappe klei- of veengrond. Bij minder draagkrachtige grond is een grotere of diepere fundatie nodig. Daarom hoort grondinformatie bij de berekening.

Insteekdiepte en totale lengte

Bij een insteekfundatie zit een deel van de mast onder de grond. Een mast van 12 meter vrije hoogte heeft bijvoorbeeld een totale lengte van 13.500 mm, met circa 1,5 meter insteek. Houd daar rekening mee bij transport en montage.

Veel gestelde vragen

Wat is het verschil tussen insteek- en betonfundatie?
Bij een insteekfundatie staat de mast in een buis in de grond; bij een betonfundatie wordt de mast op een betonblok met ankers gemonteerd.
Bij een insteekfundatie is dat vaak circa 1,5 meter, afhankelijk van de masthoogte en de grond.
Slappe grond draagt minder, waardoor een grotere of diepere fundatie nodig is om kantelen te voorkomen.

Neem contact op

Lees ook in onze kennisbank

Winkelwagen