Hoe bereken je verlichting voor een terrein?

Verlichting bereken je door de oppervlakte, het gewenste lichtniveau (lux) en de gewenste gelijkmatigheid te combineren. Daaruit volgt het aantal masten, de hoogte en het aantal armaturen. Hieronder lees je welke gegevens je nodig hebt en hoe een lichtberekening tot stand komt.

Welke gegevens heb je nodig?

Voor een betrouwbare berekening verzamel je:

  • De afmetingen en vorm van het terrein
  • Het gewenste lichtniveau in lux (afhankelijk van het gebruik)
  • De gewenste gelijkmatigheid
  • Eventuele obstakels en de gewenste mastposities

Wat betekenen lux en gelijkmatigheid?

Lux is de hoeveelheid licht die op het oppervlak valt. Gelijkmatigheid geeft aan hoe gelijk dat licht verdeeld is, een hoge gelijkmatigheid betekent weinig verschil tussen lichte en donkere plekken.

Beide zijn belangrijk: veel lux met slechte gelijkmatigheid geeft alsnog hinderlijke donkere zones.

Van gegevens naar lichtplan

Met software wordt het terrein nagebootst en worden masten, hoogtes en armaturen ingevoerd. De berekening toont de lux-verdeling en gelijkmatigheid, zodat je vooraf weet of het ontwerp aan de eisen voldoet.

Zo kies je niet te veel en niet te weinig masten.

Normen als uitgangspunt

Voor sport en openbare ruimte gelden lichtnormen (zoals NEN-EN 12193 voor sport). Die bepalen het minimale lux-niveau en de gelijkmatigheid, en vormen het uitgangspunt van de berekening.

Lees ook:

Veel gestelde vragen

Wat is het verschil tussen lux en lumen?
Lumen is de totale lichtstroom van een armatuur; lux is hoeveel daarvan op het oppervlak valt. Voor terreinen reken je met lux.
Een ruwe schatting is mogelijk, maar voor een betrouwbaar lichtplan is software en kennis van de norm nodig.
De afmetingen van het terrein, het gewenste lichtniveau en het type gebruik. Daarmee kan een lichtberekening worden gemaakt.

Neem contact op

Lees ook in onze kennisbank

Winkelwagen