Hoe voorkom je lichthinder bij buitenverlichting?

Lichthinder voorkom je door het licht alleen daar te laten vallen waar het nodig is: met de juiste masthoogte, goed afgeschermde armaturen, een zorgvuldige uitrichting en verlichting die uit of gedimd is als er niemand is. Dat geldt voor een bedrijventerrein net zo goed als voor een parkeerterrein of sportpark. Daarnaast gelden er regels in het omgevingsplan van je gemeente. Hieronder lees je waar je op let.

Wat is lichthinder?

Van lichthinder is sprake als licht terechtkomt waar het niet hoort. Bij buitenverlichting gaat het meestal om drie dingen:

  • Strooilicht: licht dat buiten het terrein valt, bijvoorbeeld in tuinen of slaapkamers van omwonenden.
  • Verblinding: je kijkt vanaf de weg of vanuit huis recht in een fel armatuur. Langs openbare wegen kan dat ook de verkeersveiligheid raken.
  • Hemelhelderheid: licht dat omhoog straalt en de nachtelijke hemel oplicht, wat vooral bij natuurgebieden speelt.

Voor de eigenaar is strooilicht ook gewoon verspilling: je betaalt voor licht dat niet op je terrein komt.

Welke regels gelden er?

Sinds de Omgevingswet staan de regels voor licht in het omgevingsplan van de gemeente. Voor alle activiteiten geldt een zorgplicht: je moet hinder voor de omgeving zoveel mogelijk beperken. Omgevingsdiensten toetsen dat vaak aan de Richtlijn Lichthinder van de NSVV, die grenswaarden hanteert per type omgeving, van donker buitengebied tot stedelijk gebied.

Voor sommige toepassingen gelden aanvullende regels. Zo moet sportverlichting standaard uit tussen 23.00 en 07.00 uur en als er niet gesport wordt. Gemeenten kunnen in hun omgevingsplan bovendien eigen regels opnemen. Check daarom vooraf wat er bij jouw locatie geldt.

Masthoogte en uitrichting

Hoe hoger het armatuur hangt, hoe steiler je het licht naar beneden kunt richten. Dat beperkt strooilicht en verblinding: het licht valt meer op het terrein en minder richting de omgeving. Een lagere mast lijkt minder opvallend, maar moet het licht vaak juist schuiner wegsturen, met meer uitstraling naar buiten als gevolg. Lees meer in wat is de ideale hoogte voor een lichtmast.

Ook de positie van de masten telt. Masten aan de rand van het terrein met armaturen die van de woningen af schijnen, geven vaak minder hinder dan een opstelling waarbij omwonenden tegen de lichtbundel in kijken. Dat speelt bijvoorbeeld bij een parkeerterrein of bedrijventerrein naast een woonwijk.

Armaturen en afscherming

Moderne LED-armaturen hebben een veel scherper afgebakende lichtbundel dan oudere schijnwerpers en straatlantaarns. Let bij de keuze op:

  • Een asymmetrische bundel, zodat je het armatuur vlak kunt houden en toch het juiste gebied raakt.
  • Afscherming of kappen die licht naar boven en naar de zijkant tegenhouden.
  • Een correcte tilthoek: een armatuur dat te ver omhoog staat, straalt direct de omgeving in.

Slim schakelen en dimmen

De eenvoudigste manier om hinder te beperken is licht uit of gedimd als het niet nodig is. Met lichtmanagement schakel je per zone, dim je buiten werktijden naar een lager niveau en reageert de verlichting op aanwezigheid via sensoren. Dat helpt bij de regels, bij de relatie met de buren en bij de energierekening.

Welk lichtniveau je nodig hebt, hangt af van de toepassing; lees bijvoorbeeld hoe je verlichting voor een terrein berekent. Meer licht dan nodig vergroot alleen de kans op hinder.

Begin met een lichtberekening

Of een ontwerp binnen de grenswaarden blijft, zie je pas met een lichtberekening. Die laat niet alleen het lichtniveau op het terrein zien, maar ook hoeveel licht er bij de gevels van omwonenden terechtkomt. Zo los je knelpunten op papier op, in plaats van achteraf met kappen en klachten. Wil je jouw situatie laten doorrekenen? Start met de mastenconfigurator of bel 0113 405 320.

Lees ook:

Veel gestelde vragen

Zijn er regels voor lichthinder van buitenverlichting?
Ja. Het omgevingsplan van je gemeente bevat een zorgplicht om hinder te beperken, en omgevingsdiensten toetsen vaak aan de Richtlijn Lichthinder van de NSVV. Voor sommige toepassingen, zoals sportverlichting, gelden daarnaast vaste tijden waarop het licht uit moet. Check altijd wat er lokaal geldt.
Meestal niet. Een hoger armatuur kun je steiler naar beneden richten, waardoor er minder licht naar de omgeving straalt en omwonenden minder snel in de lichtbron kijken. De mast zelf is wel beter zichtbaar; een lichtberekening laat zien welke hoogte het beste uitpakt.
Vaak wel. Denk aan het opnieuw uitrichten van de armaturen, afschermkappen, het vervangen van oude armaturen door LED met een scherpere bundel en het toevoegen van lichtmanagement, zodat het licht uit of gedimd is als het niet nodig is.

Neem contact op

Lees ook in onze kennisbank

Winkelwagen