Normen voor sportveldverlichting uitgelegd
Waarom er normen zijn
Goede sportverlichting is een kwestie van veiligheid en speelplezier. Te weinig licht of donkere plekken maken het spel onveilig en oneerlijk. Normen leggen daarom een minimumniveau en een minimale gelijkmatigheid vast.
Lux-niveaus per gebruik
Het vereiste lichtniveau verschilt per gebruiksniveau:
- Recreatie en training: een lager lux-niveau volstaat
- Competitie en wedstrijd: een hoger lux-niveau
- Wedstrijden met publiek of opnames: het hoogste niveau
Richtwaarden per sport
De exacte lux-waarde verschilt per sport en klasse. Hieronder de gangbare richtwaarden per sport, op basis van NEN-EN 12193 en de NSVV-richtlijnen.
| Sport | Klasse III (training/recreatie) | Klasse II (wedstrijd) | Klasse I (topniveau) |
|---|---|---|---|
| Voetbal | 75 lux | 200 lux | 500 lux |
| Tennis | 200 lux | 300 lux | 500 lux |
| Hockey | 200 lux | 300 lux | 500 lux |
| Korfbal | 75 lux | 200 lux | 500 lux |
| Padel | 200 lux | 300 lux | 500 lux |
| Atletiek | 100 lux | 200 lux | 500 lux |
Deze waarden zijn richtwaarden om een lichtplan mee te starten. De uiteindelijke eisen hangen af van het exacte competitieniveau en eventuele reglementen van de sportbond; een lichtberekening toetst dit voor jouw specifieke veld.
Gelijkmatigheid telt mee
Naast het lux-niveau stelt de norm eisen aan de gelijkmatigheid: het licht moet over het hele veld vergelijkbaar zijn. Zo voorkom je dat spelers van fel licht in een donkere zone bewegen.
NEN-EN 12193 en NSVV
NEN-EN 12193 is de Europese norm voor sportverlichting en deelt sporten in klassen in. De NSVV-richtlijnen geven in Nederland aanvullende praktische invulling. Een lichtberekening toetst je ontwerp aan deze eisen.
Lees ook:
